Connie Palmen benoemd tot Commandeur in de Orde van de Nederlandsche Leeuw (toespraak van Femke Halsema)

Nieuws

Op 28 november jl is Connie Palmen benoemd tot Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau © Loutje Scheltema

Toespraak burgemeester van Amsterdam Femke Halsema bij de onderscheiding van Connie Palmen tot Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw op 28 november 2025.

Het gesproken woord geldt.

Goedenavond allemaal, goedenavond lieve Connie,

Het leek je uitgever een leuke verassing als ik op deze bijzondere avond ook een kleine bijdrage zou leveren. Vandaar.

In 1991 maakte de wereld kennis met een jonge Amsterdamse vrouw. Althans, een Limburgse die in Amsterdam was komen studeren en zich er thuis voelde, zonder ooit ook maar één seconde haar geboortegrond te verloochenen.

Deze jonge vrouw kreeg van haar maakster de naam Marie Deniet mee.

We lazen over Marie en haar zeven mannen.

Voor sommige lezers leken de mannen, in de woorden van een Volkskrantrecensente ‘morsig, treurig en geil.’

Toen ik De Wetten las was ik 25 jaar. In diepe bewondering en een beetje jaloers. Op de ongegeneerde intellectualiteit en de even ongegeneerde veroveringsdrift van de hoofdpersoon. En op de schrijver die haar had geschapen. De Wetten veranderden mij voorgoed.

Ook daarom is het een grote eer dat ik je vandaag mag toespreken.

Je bent hier, enkele dagen na je zeventigste verjaardag (overigens van harte!) omringd door mensen die van je houden, in een voormalige schuilkerk. Dat is passend, want bij jou zijn de allergrootste ideeën – zoals God – nooit ver weg.

Als kind wilde je priester worden, maar dat bleek niet te kunnen.

Non dan misschien?

Ook niet.

Je liep een Limburgs café in, bestelde een glas Johnnie Walker, en was schrijver.

Een schrijver die qua bezieling niet onderdoet voor profeten en heiligen.

In het essay Het geluk van de eenzaamheid schreef je:

‘Een goede roman onthult een waarheid waarvan je je al tijdens het lezen realiseert dat hij alleen gevonden kan worden door iemand die bereid is af te dalen in de uithoeken van zijn ziel, daar waar hij alleen is.’  – einde citaat.

Met die bezieling groeide je uit tot een publieke intellectueel zonder weerga. Je bent een rolmodel en inspiratiebron voor nieuwe generaties van vooral  vrouwen.

Niet dat ons land voor jou geen grote vrouwelijke schrijvers had gekend. Zoals er ook sindsdien elke dag grote vrouwelijke schrijvers opstaan.

Maar de vanzelfsprekendheid en bravoure waarmee jij de schijnwerpers instapte en over de grote levensvragen schreef, die heeft veel vrouwen de ogen geopend.

Kennelijk kan je wat Connie doet ongestraft doen, zullen veel vrouwen hebben gedacht. Mijn vriendinnen dachten het. Ik dacht het.

Toch niet helemaal.

Helaas kunnen vrouwen nog lang niet altijd onbezorgd een podium opstappen.

Maar we doen het wel. Steeds vaker.

Mede dankzij jou, je personages en je odes aan scheppende vrouwen en hun verbeeldingskracht.

Jij maakt hun verhalen heroïsch en onweerstaanbaar.

Ook, nee juist, als de heldin ten prooi dreigt te vallen aan vertwijfeling en zelfdestructie.

Maar je betekenis is groter dan dat.

In onze samenleving wordt, vaak met een beroep op volksheid, of de ‘gewone Nederlander’ met dedain en rancune gesproken over wetenschap, kunst en literatuur.

Welsprekendheid, kennis en schoonheid worden afgedaan als ‘elitair’. Niet zelden door mensen die zelf welvarend en invloedrijk zijn.

Maar jij belichaamt het principe van noblesse oblige die een ware elite, waar geen samenleving zonder kan, kenmerkt.

Ons publieke debat is geïnfecteerd met nepnieuws, leugens en bedrog.

Vaak brengen bestuurders en opiniemakers daar tegenin dat we meer nadruk moeten leggen op feiten.

Maar jij toont aan dat juist in fictie waarheid en waarachtigheid schuilen. Het genot dat jouw personages aan denken beleven, ook als de inzichten pijn doen, is aanstekelijk. Net als de honger naar kennis die van je werk afspat. Je eert de schrijvers en denkers op wiens schouders jij staat.

Dat heeft vele anderen weer aangezet tot lezen, herlezen en herwaarderen.

Daarmee ben je ook antigif tegen cultuurpessimisme.

Maar je bent geen allemansvriend – zeg ik met enig gevoel voor understatement. Je hebt ook een kant die, ik kijk even de zaal in, wij allemaal wel een beetje vrezen.

Maar daarmee houd je ons alert.

Wie namelijk lichtzinnig en ijdel omgaat met taal en verhalen die jou dierbaar zijn, die kan zich beter hoeden voor jouw toorn.

Boven alles vieren we vanavond je schrijverschap.

Ruim een jaar geleden was ik in De Balie toen jij daar in gesprek ging met Michael Cunningham.

Jij gaf deze schrijver een groot compliment door te zeggen dat hij de ‘kunst van de roman’ had veranderd.

Jij hebt dat ook gedaan.

Ik ken nauwelijks andere Nederlandse schrijvers die zoals jij zelfs de meest geharnaste materialisten hun ziel doet vinden.

Je verbindt universele thema’s als Liefde en Dood met de grote denkers van de twintigste eeuw om die weer te verbinden met tragische popsterren en helden van het witte doek.

En die sleur je allemaal mee naar het diepste van je ziel, en die van de lezer.

En dat alles doe je met humor en scherpzinnigheid.

Lieve Connie, ik denk dat ik namens de hele zaal mijn bewondering voor je kan uitspreken. Maar pas op met bewondering.

In IM schrijf je:

‘Sterren worden gezien als concurrenten van de heiligen en daardoor bestaat roem in Europa nooit uit onversneden bewondering, maar is ze altijd vermengd met afgunst, neerbuigendheid en verwijt. Wij bewonderen onze sterren, maar zullen ze tegelijkertijd altijd beschuldigen van blasfemische hoogmoed en we kunnen ze het in ons hart nooit vergeven dat ze een verlangen naar verering in ons oproepen, omdat ze op dat moment God en de heiligen die wij daarvoor gereserveerd hebben, naar de kroon steken.’   einde citaat.

Zoals ik al zei, bij jou zijn de allergrootste ideeën, zoals God, nooit ver weg.

En ja, je weet nooit of er achter bewondering niet heimelijk afgunst schuilgaat.

Maar geloof me dat wij hier vanavond niet uit zijn op afgunst of verering, maar op oprechte bewondering.

En dat zeg ik niet alleen namens de hier aanwezigen.

Want, geachte mevrouw Palmen, ik word nu even formeel,

over u is vastgesteld dat u van onschatbare waarde bent voor het bevorderen van het literaire klimaat in Nederland en dat u heeft bijgedragen aan de verspreiding van Nederlandse literatuur in het buitenland. Bovendien bent u een ware ambassadeur voor boeken van andere, vaak vrouwelijke schrijvers en van het lezen in het algemeen.

Daarom heeft het Zijne Majesteit de Koning behaagd u te benoemen tot Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Bron: Gemeente Amsterdam